Dawkins’ vergissingen inzake God en de godsdienst
Posted dinsdag 25 maart 2008 by Vincent KemmeCategories: Evolutie & Schepping
Reactie op een interview met een atheïstisch bioloog in NRC Handelsblad
Roosdaal (B), dinsdag 25 maart 2008 - Het afgelopen paasweekend, tijdens welke we herdenken dat er een mens die zichzelf de zoon van God noemde maar liefst uit de dood is opgestaan, werd ik door een familielid attent gemaakt op een interview in NRC Handelsblad met de atheïstische bioloog Richard Dawkins. Een perfecte aanleiding om eens in te gaan op zijn redeneertrant en deze ‘Rottweiler van Darwin’ eens kritisch aan de tand te voelen. Dat mondt uit in een aantal katholieke leestips van een gelovige bioloog voor deze Britse vakgenoot en een door mij verhoopte uitnodiging om in Oxford een kopje thee te mogen komen drinken.
In de eerste plaats wil ik positief zijn over Richard Dawkins. En wel om de simpele reden dat hij de discussie ‘geloof en wetenschap’ leven inblaast. Hij spreekt meer over het (niet) bestaan van God dan menig ander die onverschillig blijft en zich de vraag niet stelt. Dat is winst want godsdienst bestaat nu eenmaal en is niet van gisteren, en dus ontkom je niet aan deze discussie. Tenzij je je voor een werkelijkheid in deze wereld afsluit. Dat doet Dawkins niet: hij gaat er gretig op in, zowel op wetenschap als op geloof, ook al laat hij van de godsdienst niet veel heel. Mijn vader zei al eens met enige ironie: ‘Atheïsten zijn heel gelovige mensen, want ze praten meer dan wie ook over het al dan niet bestaan van God’. U doet er maar mee wat u wilt.
Vervolgens moet ik helaas vaststellen dat Dawkins God niet kent. Want als je God kent, dat kan ik u verzekeren, dan praat je niet zo. Ja, die komt even hard aan, maar ik bedoel het niet denigrerend, maar als feitelijke vaststelling. Een vaststelling die mij brengt bij het nader duiden van wat je nu eigenlijk onder een gelovige moet verstaan. Dat is een hachelijke onderneming, want er bestaan er in allerlei modaliteiten van gelovig zijn, maar in het algemeen durf ik er toch wel het volgende over te zeggen. Een échte gelovige, zoals ik die tegenkom in mijzelf, in mijn omgeving, en in de joods-christelijke traditie, dat is iemand die God heeft ontmoet, die niet meer kan zeggen dat hij twijfelt aan Zijn bestaan. Dat is iemand met een heuse en reële godservaring, en meestal niet met één zo’n ervaring, maar met een hele reeks van dergelijke ervaringen die zijn of haar leven tekenen en waardoor hij zich laat leiden. Dat is een ervaring op het niveau van de geest, die de mens ook bezit, naast zijn verstand, zijn gevoel en zijn lichaam. Deze faculteit van de mens die hem in staat stelt God te kennen, daarvan wordt het bestaan in de agnostische en atheïstische wereld in hoge mate in twijfel getrokken of, respectievelijk, ontkent. Uitgangspunt daarbij is ongetwijfeld de eigen ervaring van het niet hebben ervaren van God en het niet hebben ontwikkeld van deze capaciteit tot communicatie met het hogere. Ik weet dat des te meer omdat ik de eerste kwart eeuw van mijn leven zo in het leven heb gestaan.
Dat de mens over dergelijke capaciteiten zou beschikken, anders dan de dieren maar dat terzijde, daarvoor bestaan allerlei aanwijzingen, niet alleen in de joods-christelijke traditie, maar ook in andere religieuze en spirituele tradities en ook in meer obscure segmenten van de spirituele markt. Maar deze aanwijzingen - zo zal iemand als Dawkins zeggen - kennen geen bewijsgrond. Waarmee hij doelt op natuurwetenschappelijke bewijsgrond. Maar dat is nogal logisch omdat de natuurwetenschappen slechts bewijsgrond aanvaarden uit de zichtbare, tastbare, meetbare wereld. Spirituele ervaring, mystiek, godservaringen, onttrekken zich aan het niveau van de natuurlijke orde en zullen dus op een andere manier ‘bewezen’ moeten worden, zo dit mogelijk is. Dat Dawkins hier geen raad mee weet betekent niet dat het allemaal verzinsels zijn of producten van zelfinbeelding.
Geloof in de joods-christelijke betekenis van het woord is dus niet een ‘maar aannemen dat er een God is, omdat mijn ouders dat mij verteld hebben’, of ‘omdat het in de bijbel of de koran staat’, maar een ‘zeker weten’, meer nog dan met ‘een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’. Het is alleen een zeker weten dat zich niet op één lijn laat stellen met de zekerheid dat onze genetische eigenschappen in genen vastliggen, in ons DNA. Dat laatste is een zekerheid die verifieerbaar is door natuurwetenschappelijk onderzoek; dat eerste is slechts verifieerbaar door gebed en overgave aan God, die ‘boven’ ons staat, niet ‘onder’ ons, zoals de levende natuur. Gebed en overgave zijn voor de louter rationele mens een stappen in het duister, maar vervolgens voor de gelovige én tegelijk rationele mens een stap van de betrekkelijke ‘duisternis’ van zijn beperkte verstandelijke inzichten in het volle licht van Gods oneindige wijsheid. Zo is het ook mij gebleken.
Dawkins kent God dus niet, hetgeen hoogst waarschijnlijk verklaart dat hij ook weinig of geen theologie en geen filosofie heeft gestudeerd, of er in zijn denken geen plaats aan heeft weten te geven. Wie de vraag oproept ‘wie God geschapen heeft’, verraadt weinig tot niets te weten van wat de theologie en de filosofie door de eeuwen heen daarover gezegd hebben. Als God zich openbaart aan Mozes, dan zegt Hij dat Hij ‘is die Is’ of woorden van gelijke strekking. Het ‘zijn’ valt dus in zekere zin samen met God zélf, het ‘zijn’ dat boventijdelijk en bovenruimtelijk is en dat het niveau van materie, energie en biologisch leven ruimschoots overstijgt. Alles wat Dawkins kent is de geschapen orde en hij maakt de fout zich God voor te stellen - voor zover hij dat doet - als een wezen binnen die geschapen orde. Maar dat is nu juist niet het geval. Van Jezus weet de christelijke traditie dat hij geboren is, maar niet geschapen. God hebben we leren kennen als ‘drie-één’, een bovennatuurlijk mysterie van liefde, dat inhoudt dat Jezus, één van de drie goddelijke personen, altijd heeft bestaan, nu ook bestaat en altijd zal bestaan. Ook is het genoegzaam bekent dat we de aardse, historische, Jezus moeten begrijpen als Gods spreken, zijn ‘logos’ waardoor alles is ontstaan, zijn ‘intelligentie’, die ‘geïncarneerd’ is, en als mens op aarde verschenen. Van Jezus zeggen dat hij, als hij nu zou leven, hij waarschijnlijk atheïst zou zijn, getuigt van een complete onwetendheid op het gebied van de zg. christologie, het denkwerk dat er sinds Jezus verricht is over wie deze ‘bijzondere mens’ nu eigenlijk wel was: God én mens tegelijk. Tot God sprak hij als tot een vader en hij bad elke morgen lang en intens op een teruggetrokken plaats. Zijn levensoffer is ons bekend, al is het maar door Bach’s Mattheus Passion, net als zijn verrijzenis, zijn verschijningen aan de leerlingen, zijn hemelvaart, en ook zijn verschijningen in de loop van de 2000 jaar sindsdien, in Assisi, in Paray-le-Monial, in Krakau, en ook in mijn leven, en God weet - letterlijk - waar nog niet meer! Over Jezus spreken als een potentiële atheïst is vele malen onnozeler dan over Richard Dawkins spreken als een ongeschoolde postzegelverzamelaar. Tenzij je natuurlijk alle bovennatuurlijke fragmenten uit de vier evangeliën snijdt en alle christologische literatuur van 20 eeuwen bij het grof vuil zet. Maar dan houd je maar een paar korte passages uit het evangelie over, en die blijken dan nog buitengewoon mooi van inhoud te zijn. Ik zou het allemaal, als ik Dawkins was, toch nog maar eens een keer aandachtig doorlezen, en dan met verstandiger uitspraken komen.
Een ander probleem dat ik met Dawkins heb, is dat hij weinig tot niet van vergelijkende godsdienstwetenschappen af lijkt te weten, althans getuige het interview in NRC. Hij is van Anglicaanse komaf en schijnt vrijwel uitsluitend de evangelicale en protestantse Engelstalige religieuze wereld te kennen. En hij heeft zoals alle westerlingen de laatste jaren wat meer van de Islam horen spreken, maar daarvan geeft hij tenminste toe geen verstand te hebben. Wat hij niet lijkt te kennen is de katholieke theologie en filosofie. Een toch niet te verwaarlozen hoofdmoot van het christelijk denken dat onze westerse wereld zo bepaald heeft. Dat is jammer, want dan zou hij een heel ander beeld van het christelijk denken over schepping en evolutie, geloof en wetenschap, krijgen. Evangelicale en protestantse christenen hangen voor een bepaald deel, ook niet allemaal, het zg. creationisme aan, dat stelt dat de wereld werkelijk is zes dagen, dus zes maal vierentwintig uur, geschapen is. Wetenschappers onder hen trachten bewijzen te vergaren voor deze stelling en je hoeft maar even te ‘googelen’ om er achter te komen dat met name in de Engelstalige wereld deze stroming een enorme omvang kent. Maar tevens dat zij in de wetenschappelijke wereld uitgelachen worden. En daar ligt nog gelijk een andere beperking van Dawkins: de Engelstalige wereld, die toch in hoge mate door het protestantisme wordt gekenmerkt. In de katholieke wereld, eerder te associëren met de Latijnse wereld, gelden heel andere gedachtestromingen. Creationisme wordt er eigenlijk niet erg serieus genomen, omdat het tenminste twee fouten maakt: het neemt de wetenschap niet serieus als deze met nieuwe, op het eerste gezicht wat met bepaalde bijbelse passages wrijvende, theorieën aankomt. En het neemt mogelijk ook de bijbel niet serieus door het boek eenzijdig letterlijk te interpreteren, wat zeer ten koste gaat van de allegorische en meer spirituele manier van het lezen van gewijde teksten. Als Dawkins het creationisme als antiwetenschappelijk aanpakt vindt hij de katholieke kerk voor een belangrijk deel aan zijn zijde, maar ik vraag me af of hij dat wel weet. Maar hij valt ook de aanhangers van het Intelligent-Design-denken (‘ID’) aan, een groep wetenschappers en denkers, die trachten bewijzen te verzamelen - nog zonder resultaat! - voor de aanname dat het leven intelligent ontworpen is. ‘Verkapte creationisten’ volgens mensen als Dawkins. Vanuit de joods-christelijke filosofie is ‘ID’ geen nieuws: Psalm 104 stelt al dat alles door God ‘in wijsheid’ is geschapen, maar daar kan je als natuurwetenschapper niets mee. Zaken als intelligentie in het ‘ontwerp’, net als ‘schoonheid’ in de natuur, zijn begrippen waar de bioloog niets mee kan als natuurwetenschapper, wel als mens. Dat zijn thema’s voor de antropologie, de filosofie, de poëzie en de theologie, maar niet voor Dawkins of eender welke andere bioloog, of die nu gelovig is of niet. Dawkins bestrijdt terecht de ID-aanhangers, lijkt me, als zij natuurwetenschappelijke pretenties hebben met hun gefilosofeer, maar hij gaat te ver als hij ze ziet als mensen die in fabeltjes geloven. Dat is nog maar de vraag, en evenmin te bewijzen. Dawkins gaat wat mij betreft terecht tekeer tegen onwetenschappelijke praat van religieus bevlogen mensen, en dat komt inderdaad nogal veel voor, maar hij gaat te ver als hij scheppingsgeloof en christelijke filosofie over oorzaak en aard van de ‘geschapen dingen’, net als hun doel of ‘zin’ by the way, naar het rijk der fabelen verwijst. Toegegeven, hij is door bepaalde christenen, joden en moslims op het verkeerde been gezet, maar hij had zich wel wat beter kunnen oriënteren alvorens zelf even grote onzin aan het papier toe te vertrouwen.
Protestantisme en Islam hebben, dat zij hier nog even vermeld - met eenzelfde manco te kampen: beide kennen geen gecentraliseerd en gestructureerd maar eerder diffuus systeem van kennisvergaring en verkrijging van finaal inzicht. De katholieke christenheid kent dat wel, en dat al tweeduizend jaar aaneensluitend. Dat behoedt het katholieke denken, als het goed is, voor blunders die er voor hem al zijn gemaakt; denkfouten, verkeerde conclusies, of theologisch, filosofisch, antropologisch en ethisch gebied. De katholieke christenheid, waar de moderne wetenschap in hoofdzaak uit voort komt, heeft voor wat de westerse beschaving betreft het langste ‘geheugen’, en deze bron aan wijsheid en inzicht niet consulteren is een ernstige fout waar velen, met name ook wetenschappers, zich schuldig aan maken, maar ook veel gelovigen uit de reformatie en de islam. En talloze katholieken waaronder ikzelf, die er ook nog maar een fractie van bestudeerd hebben. Een goede leestip: Fides et Ratio, de encycliek van wijlen Johannes Paulus II over de relatie geloof en verstand. Ook de huidige paus heeft zich al meer dan eens uitgesproken ten faveure van de moderne wetenschap, zonder in atheïsme te vervallen, natuurlijk. In de regel is de katholieke kerk erg optimistisch over de wetenschappelijke vermogens van de mens. Zij stelt hier en daar wel ethische grenzen, waar de mens zich bijvoorbeeld in zijn wetenschappelijke en technologische ijver tegen zichzelf dreigt te keren, of dat nu de opwarming van de aarde of de manipulatie van het menselijke embryo aangaat. Bovendien is de katholieke kerk wars van religieus simplisme waar Dawkins ook zo ziek van wordt. Heus, Dawkins denkt katholieker dan hij zelf weet!
Nog een puntje waar Dawkins echt laat blijken niet goed te begrijpen waar het in de godsdienst om gaat. Hij veronderstelt dat mensen door opvoeding gelovig zijn, maar geen bewijs hebben voor God. Mijn generatie heeft echter wel bewezen dat geloof door opvoeding alleen niet volstaat, want de kerken zijn leeg. Bovendien heb ik mijn geloof, en ik ken er zo nog velen, uiteindelijk vooral door mijn eigen zoeken naar de levende God gekregen, en laat het nu juist een christelijk standpunt zijn dat een geloof dat gebaseerd is op een kritiekloos aannemen van wat je ouders je vertellen, zonder veel waarde is! Alleen wie zich heeft laten overtuigen door God kan zich echt gelovig noemen, en daarvoor is het nodig dat Hij bestaat! Dat mensen die niet leren dingen in twijfel te trekken voor hetzelfde geld achter een man als Hitler aanlopen, zo stelt Dawkins, daar zit wat in. Laten het nu juist overtuigde christenen en joden zijn geweest, die zich in hoge mate tegen Hitler hebben gekeerd. Zij geloofden, ja wisten, dat die man niet deugde, omdat zij iets kenden dat vele malen beter was, sterker nog, dat door Hitler bestreden werd: het geloof in die ene God, schepper van hemel en aarde. En niet in de ‘Führer’ en het nationaal-socialisme. Alleen mensen zonder deugdelijke levensovertuiging lopen achter demagogen aan. Zaken kritisch bevragen, of het nu het christelijk geloof is of het nationaal-socialisme, daar is het christendom alleen maar vóór, want een redeloos aanhanger van Jezus en lid zijn kerk, daar zit Hij - nu, in de hemel aan Gods rechter hand - ook niet op te wachten. Maar scepsis gaat dan weer wat te ver: het neigt ertoe alleen te geloven wat je kan zien, aanraken en meten, en daarmee God als Bestaande, en oorsprong en doel van het bestaan, net als het kind met het badwater weg te gooien. Dat is niet alleen a-religieus, maar het lijkt me ook onverstandig.
In zijn boek ‘The God Delusion’ (‘God als misvatting’) legt Dawkins, zo meldt het NRC, een schaal aan van één tot zeven, waarbij het getal 1 staat voor theïstisch, volkomen overtuigd van het bestaan van God, het getal 4 voor agnostisch, ‘ik weet het niet’, en het getal 7 voor volkomen atheïstisch, volkomen overtuigd van het niet-bestaan van God. Zelf situeert hij zich op een positie tussen zes en zeven: hij acht het zeer onwaarschijnlijk dat God bestaat. Dat is heel goed nieuws, want dan is hij geloviger dan ik dacht! En dan staat de deur naar God voor hem nog open, zij het op een kier. Ik zou hem willen uitdagen toch eens door die kier heen te kijken, en mijn advies ter harte te nemen, de joods-christelijke, liefst katholieke, theologie en filosofie eens wat nadere aandacht te schenken. Maar misschien zou het nog beter zijn eerst eens wat kennis te nemen van de christelijke mystici, die veelvuldig over hun godservaringen spreken, om er althans een beter beeld van te krijgen, en te begrijpen wie God voor deze mensen is. Een andere goede invalshoek zou zijn de meer recente geschriften van Johannes Paulus II en Benedictus XVI te lezen. Daarin is de gehele joods-christelijke, katholieke, traditie vervat dus dat scheelt een hoop zoek- en leeswerk. En als hij er echt niet meer uit komt, nou dan mag hij mij bellen: ik ben graag bereid om als biologen onder elkaar, eens nader van gedachten te wisselen. In de hoop én de verwachting dat hij er nog een keer achter komt dat God geen ‘misvatting’ is, maar een onuitputtelijke bron van wijsheid en inzicht. En zo’n kopje Engelse thee in zijn statige woning in Oxford, getuige het verslag van de NRC-journalist, dat zie ik ook wel zitten…
Vincent Kemme, docent biologie
